Skip to content

TWEE LEUVENSE STUDENTEN PRATEN OVER HOE ZE OMGAAN MET HIV

omgaan met hivIn de afloop van 1 december − Wereldaidsdag − rees het idee om enkele seropositieve studenten aan het woord te laten over hun persoonlijke ervaringen. Na een lange zoektocht vonden we drie studenten. Aangezien ze anoniem willen blijven, zijn de namen in dit artikel verzonnen. Charlotte studeert rechten en is drieëntwintig jaar. Robin studeert voor burgerlijk ingenieur en is vierentwintig. Een derde student haakte op het laatste moment nog af.

Praten
Het was geen eenvoudige opdracht om jullie te vinden, laat staan te overtuigen. Hoe komt het dat jullie uiteindelijk toch toestemden?

Robin: “Aanvankelijk stond ik zeer sceptisch tegenover het voorstel. Maar de voorwaarden die ik mocht stellen en de gegarandeerde volstrekte anonimiteit gaven mij vertrouwen om dit gesprek door te laten gaan. Ik weet nog maar een klein half jaar dat ik seropositief ben. Ik zit dus nog volop in het verwerkingsproces. Veto als ‘het studentenweekblad’ gaf mij eerst ook niet zo veel vertrouwen, maar na lang denken en twijfelen, besloot ik toch ‘de studenten’ te woord staan. Misschien dat het mijn verwerkingsproces helpt door hierover te praten. Ik doe het dus vooral voor mezelf, maar misschien ook voor anderen.”
Charlotte: “Via een vriend hoorde ik van dit interview. Hij bracht me ook met jullie in contact. Zelf heb ik niet meer zoveel problemen om te spreken over mijn ‘ziekte’. Natuurlijk word ik nog elke dag geconfronteerd met het feit dat ik seropositief ben. Toch lijkt het mij zinvol en misschien ook leerrijk voor anderen om hiermee naar buiten te komen. Ik weet al drie jaar dat ik het hiv-virus in mij draag. Vermoedelijk ben ik twee jaar daarvoor besmet.”

Mogen we ook weten hoe jullie besmet raakten? Lijkt het jullie zinvol om dit te vertellen, of houden jullie dit liever privé?

Charlotte: “Ik kan mij zeker wel voorstellen dat dit iets is wat anderen graag weten, dus had ik me op deze vraag voorbereid. Waarschijnlijk werkt dit stigmatiserend, maar ik had mezelf voorgenomen om er een eerlijk gesprek van te maken. Ik denk dat seropositieve personen graag willen vertellen dat het bijvoorbeeld de schuld was van een foute bloedtransfusie na een verkeersongeval, iets wat niet hun fout is en waar ze het slachtoffer van zijn. Toch is dit bij mij niet het geval. Tijdens mijn puberteit was ik zeer rebels. Ik had problemen thuis, moeilijkheden op school en ik ging toen naar bed met een aantal gasten.” “Mijn ouders zijn heel conservatief. Ze wisten ook wel dat ik bij sommige jongens bleef slapen. Mijn ma besliste toen om mij mee te nemen naar een huisarts om de pil voor te schrijven. Daar ben ik haar nu nog steeds dankbaar voor. Ik hoefde me geen zorgen meer te maken over zwangerschappen. Ik dacht evenwel nooit aan seksueel overdraagbare ziektes (soa). Als ik al wist wat aids was, leek het mij iets waar enkel homo’s moesten voor oppassen. Ik nam immers de pil. Ik moest niet
vrijen met een condoom en dus dacht ik dat ik me geen zorgen moest maken over aids. Ik was achttien jaar, heel naïef en dacht er toen zo over. Waarschijnlijk redeneren heel wat jonge meisjes nog op die manier. Ik vertrouwde die gasten allemaal. Het waren vaak jongens van deftige ouders en ze zagen er bij wijze van spreken allemaal kerngezond uit.”

Ingeprent

Robin: “Euh, (stilte) ik dacht al dat u deze vraag ging stellen. Zoals Inge vertelde, heb ik ook schrik om de clichématige
toer op te gaan. Het klinkt raar maar toch heb ik dat gevoel. Op mijn twintigste ben ik tot het besef gekomen dat ik homoseksueel ben. Ik zette mijn eerste pasjes in het ‘milieu’ en leerde andere homojongens kennen die ik heel aantrekkelijk vond en mij ook een schone jongen vonden. Ik moet er waarschijnlijk geen tekening bij maken, ik had vrij vlug seks. Maar ik
was goed op de hoogte. Ik sprong ook niet na tien minuten in bed en vrijde altijd veilig. Als ik seks had met die jongens dan bleef het ook steeds bij zoenen, elkaar aftrekken of elkaar pijpen.” “Twee jaar geleden leerde ik een zeer aantrekkelijke en
intelligente jongen kennen, die na drie maanden mijn vaste vriend werd. Hij is dat nog steeds trouwens. Eigenlijk was het een klein mirakel voor mij, om iemand drie maanden te kennen, echt graag te zien en toch niet meteen met hem te vrijen. We besloten een koppel te worden en we bleven trouw aan elkaar. Na een tijdje wilden we ook met elkaar neuken en aangezien
het voor mij de eerste keer was, deden we het zonder condoom.” “Alhoewel ik mijn lief wel vertrouwde voelde ik mij niet
op mijn gemak door zonder condoom te vrijen. De media en verschillende organisaties hadden het mij immers goed ingeprent dat het beter was om samen een aidstest te ondergaan vooraleer zonder condoom te vrijen. Mijn lief begreep mijn zorgen, en uiteindelijk hebben we toen de moedige stap gezet en een afspraak gemaakt om ons te laten testen. Daarna kwam er een periode van ‘bangelijk’ afwachten. We waren natuurlijk wel zenuwachtig maar toch dachten we dat het negatief ging zijn. Voor ons was het echt totaal onverwacht dat we allebei besmet waren. Mijn lief was dus al langer besmet zonder dat hij het wist.” (opnieuw een lange stilte) “Waarschijnlijk vraag je je nu af: als het toch zo goed ingeprent was, waarom deed je het dan toch zonder condoom? Die vraag heb ik mij ook vaak gesteld omdat ik echt wel een veilige jongen was. Mijn lief en ik waren op dat moment echt helemaal verliefd op elkaar. In een moment van pure passie, dachten we waarschijnlijk niet
meer na, en hebben we gevrijd zonder condoom. Het was voor ons ook zo symbolisch om, als twee mensen die elkaar graag zien, te vrijen zonder.”

Reacties
Hoe is het nu om seropositief én student te zijn? Vertellen jullie het aan iemand? En hoe zien jullie de toekomst?

Robin: “Ik weet het nog niet zo lang hé. Eigenlijk ben ik wel blij dat ik een heel goede en open band heb met mijn ouders. De dag na de definitieve bevestiging heb ik mijn ouders via de telefoon ingelicht. Ik was helemaal in paniek. Mijn ouders zijn toen onmiddellijk naar Leuven gekomen. Toen ze op mijn kot aankwamen was mijn lief er ook bij. Mijn ouders wisten dat ik homo was, en kenden mijn lief ook goed. Die avond hebben we toen met ons vieren heel lang en heel emotioneel gepraat. De
volgende dag zijn mijn ouders ook meegegaan naar een afspraak met de dokter.” “Nu klinkt dit misschien vreemd, maar voor de anderen gaat mijn leven gewoon zijn gangetje. Toen ik er achter kwam dat ik seropositief ben, ben ik vaak niet naar de
les gegaan. Dat viel eigenlijk ook nog niet zo op, want mijn kameraden zijn dat wel gewoon van mij (glimlacht even). Behalve tegen mijn ouders heb ik het enkel nog maar tegen mijn beste kameraad verteld. Voorlopig heb ik er absoluut geen behoefte aan om dit aan andere mensen te vertellen. Weet je, dat heeft ook zijn periodes. Vaak wil ik eerlijk zijn, maar dan word ik overvallen door schrik voor erg negatieve reacties. Tegen proffen of andere mensen van de universiteit vertel ik het zeker
niet. De KU Leuven heeft daar geen zaken mee. Ik probeer ook nog aan zoveel mogelijk activiteiten deel te nemen. Ik ga eten in de Alma of ga uit in de fakbars.”
Charlotte: “Ik kijk op naar de manier waarop Robin zijn verhaal doet. Zelf heb ik al een lange weg afgelegd om te aanvaarden dat ik seropositief ben. Rond mijn twintigste is bij een bloedonderzoek gebleken dat ik seropositief ben. Ik was totaal van slag. Zeker een jaar lang ben ik toen depressief geweest. Daarom heb ik bewondering voor het moedig gedrag van Robin. De manier waarop hij zo vlug zijn verhaal doet.” “Op een dag kwam ik tot het besef dat mijn klok aan het tikken was. Weet je, ik ben daar heel realistisch over. Ik had absoluut geen zin om de strijd op te geven. Nog steeds heb ik diezelfde ingesteldheid als toen. Ik ben jong, wel ziek, maar wil toch zeker nog iets van mijn leven maken. Daarom ben ik aan mijn studies begonnen.
Mijn T4-cellen (T4-cellen zijn een graadmeter van het immuunsysteem) stonden bij aanvang van de therapie gelukkig nog hoog. Hoewel ik verschillende neveneffecten heb van de ‘cocktail maison’ ben ik fit genoeg om een gewoon leven te leiden zoals alle studenten. Natuurlijk heb ik wel een aantal beperkingen in vergelijking met mijn vriendinnen. Op sommige momenten
zijn de neveneffecten feller. Ik voel me dan vlugger moe waardoor ik niet onbeperkt kan uitgaan. Op tijd en stond moet ik dan ook de medicatiecocktail slikken. Het team in het ziekenhuis dat mij begeleidt en steunt is voor mij van essentieel belang.”
Robin: “Op dit moment ben ik nog volop aan het nadenken, of noem het bezinnen, wat ik verder wil. Dit academiejaar is sowieso een verloren jaar. Mijn gezondheid komt op de eerste plaats. Wil ik mijn studies afmaken? Daar kan ik geen antwoord op geven.”
Charlotte: “Meerdere van mijn vrienden weten al dat ik seropositief ben. Sommigen weten goed genoeg wat er aan de hand is en waarom ik regelmatig keurig mijn pillen slik. Voor ik het hen vertelde heb ik ze wel goed voorbereid. Gelukkig zijn het allemaal verstandige mensen en hebben ze me nooit behandeld alsof ik de pest heb. Soms merk ik wel eens een kleine aarzeling op maar dat is normaal. Ik zou waarschijnlijk ook zo zijn. Met de toekomst hou ik me niet echt bezig. Ik leef van maand tot maand. Niemand kan echt voorspellen wat er zal gebeuren, dus probeer ik me er zo weinig mogelijk zorgen te maken.”

Dit interview is overgenomen uit het studentenblad Veto.

Hoe weet je nu wanneer je risico hebt gelopen en een hiv-test nodig is? Lees wanneer je je best laat testen op hiv

december 2009