WAT ZIJN BORSTEN?
Mannen en vrouwen hebben borsten, al zijn ze bij vrouwen normaalgezien groter. Ze beginnen bij vrouwen te groeien tijdens de
puberteit en bestaan in alle mogelijke groottes en vormen.

Borsten behoren tot de uitwendige secundaire geslachtskenmerken van de vrouw. Ze bestaan hoofdzakelijk uit vetweefsel, melkklieren en -kanaaltjes. De melkklieren en -kanaaltjes monden uit in de tepels. Rond de tepel heb je het tepelhof of areola.
Tijdens de puberteit beginnen bij vrouwen de borsten te groeien. Onder invloed van de geslachtshormonen (oestrogeen en progesteron) gaat het borstvolume toenemen en worden de tepels groter en donkerder. Deze groei kan ongemakken (gevoelig, gespannen, pijnlijk,...), klachten (te groot, te klein, te snel groeien, te traag,...) en ongerustheid (over grootte, vorm, al of nog geen groei,...) veroorzaken.
Deze groei is voor iedereen verschillend. Je hebt van nature geen invloed op de uiteindelijke grootte en vorm. Er bestaat een grote variatie in borsten. Ze zijn er in allerlei maten en vormen: groot, klein, langwerpig, opstaand, peervormig, appelvormig… Bij de meeste meisjes zijn de twee borsten niet precies even groot.
Aangezien er in de borsten geen spieren zitten, kun je ze niet vergroten met oefeningen, maar je kunt ze wel een beetje verstevigen door de spieren onder de borsten te oefenen. Ook het dragen van een beha helpt de borsten ondersteunen. Naast vetweefsel bevatten de borsten melkklieren. Pas als een vrouw bevalt, produceren die klieren melk voor het kind.
Bij veel vrouwen behoren hun borsten tot de gevoeligste lichaamsdelen of erogene zones.
Ook bij jongens kunnen de borsten soms groeien onder invloed van hormonale ontwikkelingen tijdens de puberteit. Dit heet gynaecomastia. Deze verandering is van tijdelijke aard en herstelt zich nadien meestal spontaan.