IS HET BLOED DAT DOOR HET RODE KRUIS WORDT INGEZAMELD VEILIG?
Bij elke gift bij het Rode Kruis worden enkele bloedstalen afgenomen die bedoeld zijn voor de laboratoriumonderzoeken. Alle donaties worden onderworpen aan verschillende testen: opsporing van
hepatitis B en C, van
AIDS en
syfilis, een leverenzymetest (ALT), bloedgroepbepaling (ABO en resusfactor), telling van de bloedcellen, bepaling van de hematokrietwaarde en van het hemoglobinegehalte. Alleen als alle testen goed bevonden worden, wordt het bloedproduct vrijgegeven voor gebruik.
Er is één groot probleem bij deze laboratoriumonderzoeken, namelijk de vensterperiode bij infectie. De vensterperiode, ook wel blinde periode genoemd, is de tijdspanne tussen het moment van besmetting en het aantoonbaar zijn van de besmetting in het bloed. Voor hiv bedraagt dit gemiddeld 22 dagen met uitsprongen van 3 tot 6 maanden. Voor HCV (virus dat hepatitis C veroorzaakt) bedraagt deze periode gemiddeld 72 dagen en voor HBV (virus dat hepatitis B overdraagt) 59 dagen.
Een persoon die hiv heeft en tijdens deze vensterperiode bloed geeft, kan het virus doorgeven aan de ontvanger van het bloed ook al is het hiv in het laboratorium nog niet aantoonbaar. Deze periode is dus een zeer gevaarlijke periode. De kans dat deze situatie zich voordoet voor hiv schat men in België op minder dan 1/2.000.000 tot 3.000.000 eenheden, voor HCV en HBV: 1 op 200.000 eenheden.
Om dit te voorkomen start het Rode Kruis al met de kwaliteitsbewaking voor de donatie zelf, namelijk bij de donorselectie. De enige reden voor het voorschrijven van strenge donorselectiecriteria is het waarborgen van de veiligheid van bloed. Het feit dat het aantal donors dat seropositief wordt bevonden voor hiv in België zo laag is (minder dan 1 op 100.000 donaties), is te danken aan de medewerking van personen die risicogedrag vertonen en zich om deze reden niet aanbieden om bloed te geven.
Andere vragen over bloedtransfusie
Andere woorden in verband met bloedtransfusie