Skip to content

HOE GEBRUIK IK EEN VROUWENCONDOOM?

Het vrouwencondoom wordt ingebracht voordat de penis in de vagina gaat. Het inbrengen lijkt op hoe je een tampon inbrengt. De losse binnenring moet aan het eind van het vrouwencondoom zitten.
  • Het vrouwencondoom heeft boven- en onderaan een ring. Zorg dat de losse binnenring zich aan het eind van het vrouwencondoom bevindt.

  • Knijp de binnenring aan de inbrengen vrouwencondoomgesloten zijde samen en schuif deze zo ver mogelijk in je vagina.

  • Daarna duw je de binnenste ring verder in de vagina door je wijsvinger in het vrouwencondoom te plaatsen. Opgelet met scherpe nagels.

  • De brede buitenring en een klein gedeelte van het condoom blijven buiten de vagina en bedekken de buitenste schaamlippen.

  • Om te voorkomen dat de penis naast het condoom in de vagina gaat, kan je zelf de penis van je partner in het condoom brengen
    .
  • Het vrouwencondoom kan tijdens het vrijen gaan schuiven. Dit vermindert de bescherming niet zolang de penis geheel omsloten blijft en het sperma in het condoom blijft. Het is niet noodzakelijk dat de man zich direct terugtrekt uit de vagina na de zaadlozing. Ook het vrouwencondoom hoeft niet direct verwijderd te worden na de zaadlozing. Zorg er wel voor dat er geen sperma uit het condoom kan lopen. Dit verhinder je door de buitenste ring een slag te draaien.

  • Je kan het vrouwencondoom, net als andere condooms, maar één keer gebruiken.