HOE KAN IK ZORG DRAGEN VOOR MIJN VRUCHTBAARHEID?
Het is belangrijk om gezond te leven: evenwichtig eten, bewegen, veilig vrijen en stress, alcohol, tabak en drugs vermijden.
Je kan zorg dragen voor je vruchtbaarheid door gezond te leven, met name door gezond te eten en voldoende lichaamsbeweging te nemen. Daarnaast kan je best niet roken, stress vermijden en alcohol- of druggebruik verminderen of stoppen. Ook veilig vrijen is belangrijk, om zo een besmetting met soa’s te voorkomen.
Roken, alcohol, een te hoog of te laag gewicht en een infectie met soa’s hebben de volgende invloed op de vruchtbaarheid:
Roken
Roken zou de oorzaak zijn van minstens 10 procent van alle vruchtbaarheidsproblemen. Het kan het transport van de eicel door de eileiders vertragen en de zaadcellen minder beweeglijk maken. Vrouwen die roken, zowel actief als passief, moeten gemiddeld dubbel zo lang wachten op een zwangerschap.
Gewicht
Een te hoog gewicht (BMI > 25) kan de ovulatie en de menstruatiecyclus verstoren.
Bij een te laag gewicht (BMI < 18,5) kan de eisprong onregelmatig worden of tot stilstand komen. Een te laag gewicht kan ook problemen met het baarmoederslijmvlies veroorzaken. Eetstoornissen zoals anorexia nervosa en boulimie kunnen eveneens vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken.
Soa
Een chlamydia-infectie kan voor dichtgekleefde eileiders zorgen, met onvruchtbaarheid of een verhoogde kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap tot gevolg. Ook bij de man kan een onbehandelde chlamydia-infectie tot onvruchtbaarheid leiden. Gonorroe (druiper) is een infectie in de urineleider die bij de man tot een hevige ontsteking van de urinebuis kan leiden en bij de vrouw tot een ontsteking van de baarmoederhals. Op termijn kan dit leiden tot onvruchtbaarheid.
Alcohol 
Veelvuldig gebruik van alcohol en andere stimulerende middelen heeft bijna altijd een negatieve invloed op de vruchtbaarheid. Zo onderdrukt alcohol de testosteronproductie waardoor er erectie- en ejaculatieproblemen kunnen ontstaan. Het remt ook de eisprong af en verstoort het transport van de zaadcellen.