Zeker niet, het is een kwestie van toeval. Wel zijn er een aantal factoren die de overdracht van hiv bevorderen.

Op zoek naar een gastheer

Als het hiv-virus in het lichaam van de niet-besmette persoon binnenkomt, heeft het een gastheercel nodig om zich daarin te vermenigvuldigen. Dit is een welbepaalde witte bloedcel die T4-cel heet. Vermits het virus geen voortbewegingsmechanisme heeft, kan het zijn gastheercel niet opzoeken. Een ontmoeting is dus louter toeval. Vindt zo’n binnendringing in de cel niet plaats, dan sterft het virus af en is er dus geen besmetting, zelfs al is het virus een tijdlang in het lichaam geweest. Hoe groter het aantal virussen, hoe groter de kans dat een hiv-virus binnendringt in een T4-cel en zich met het genetisch materiaal van die cel gaat vermenigvuldigen.

Factoren die beïnvloeden

De kans op een hiv-besmetting wordt bepaald door de volgende elementen:

Virale lading

Hoe besmettelijk iemand met hiv is, hangt af van de hoeveelheid hiv in het lichaam. Iemand met veel virus, heeft een hoge virale lading en is heel besmettelijk. Ben je recentelijk besmet met hiv, dan is je virale lading veel hoger. Iemand die hiv-medicatie neemt is nauwelijks besmettelijk.

Een soa

Een soa vergroot de kans op overdracht van hiv. Soa's dringen het lichaam binnen via de slijmvliezen van penis, anus of mond. Daar ontstaan zweertjes, ontstekingen of bloedingen. Via die plekken kan het hiv-virus gemakkelijker het lichaam binnendringen. Omgekeerd is het zo dat wanneer je zelf hiv én een soa hebt, de kans dat je hiv doorgeeft groter is.

Overdracht

Ook het type van lichaamsvocht waarmee je in contact komt speelt een rol. Hiv zit hoofdzakelijk in bloed (bv. menstruatiebloed) en sperma. Als dit in aanraking komt met beschadigde slijmvliezen of wonden, kan hiv worden overgedragen.