Sommige mensen lopen om een zekere conditie te kweken en zich gezond te voelen. 

Anderen lopen om een gevoel te ervaren dat omschreven wordt als “Runner’s high”, het vrijkomen van endorphines tijdens intensieve activiteit. Ik hoor ruwweg thuis in beide categorieën, al komen die gevoelens niet vrij door het lopen zelf. Elke dag ga ik lopen langs het water niet ver van waar ik woon. Er is een soort van dijk aangelegd die dient als hotspot voor lopers en fietsers. Het liefst loop ik 's avonds wanneer het geluid van de wereld al enkele uren is weggedeemsterd. De eenzaamheid die wordt ingevuld door je eigen gedachten, een dierbaar bezinningsmoment in de dagdagelijkse drukte. Ik ga altijd rond hetzelfde uur lopen, 21u30. Het is dan rustig, ik passeer hoogstens een enkeling.

Een week of twee geleden, tijdens het lopen, doemde er een schaduw op uit de donkerte. De lantaarnpalen staan zo’n honderd meter uit elkaar dus soms is het wel verschieten als je elkaar halverwege kruist. Deze keer was het een gestalte die ik nog nooit eerder had gezien, een Unidentified Pretty Object (al heeft object een vrij negatieve bijklank en wil ik hier alleen verwijzen naar de opzichtige woordspeling). Dansend haar, de cadens van een Afrikaanse gazelle, een meisje de term blikkenvanger waardig.

Iemand kruisen op straat of in de winkel is altijd een spannend moment, kijk ik of kijk ik niet? Kijkt de andere persoon want dan is het wel onbeleefd als ik niet kijk? Hoe je het ook draait of keert je zit met een gênant stressmoment dat je liever vermijdt.
Wanneer je op een strook van twee meter asfalt aan het lopen bent is er geen ontkomen aan, de kijkstress slaat ongenadig toe. Tot mijn vreugde lachte ze terug op uiterst lieftallige wijze. Een moment dat de rest van de dag bleef nazinderen.

Sinds die dag doen we een soort van dans, elke keer opnieuw ga ik lopen op mijn vaste uur en kom ik haar tegen. Soms wat verder van huis, soms wat dichter maar elke dag opnieuw kruisen we elkaar. Ik lach en zij lacht terug. Soms zegt ze “hey” en dan zeg ik “hey” terug maar daar blijft het bij. Ik word er wat moedeloos van want ze lijkt me echt leuk. Vergis ik me als ik denk dat er wel iets aanwezig is tussen ons?

In elk geval, al lopend iemand benaderen is best lastig. Draai ik mij om en loop haar achterna, of is dat stalkerig? Probeer ik een gênante links-rechtsverwarring te creëren? Fake ik een blessure? Misschien een bos bloemen op Valentijn, al is het nu nog maar november? Mijn hoofd zit vol ideeën die ik normaalgezien sorteer en filter tijdens het lopen na 24 uur chaos. Wanneer ik nu ga lopen denk ik echter maar aan één ding: hoe benader ik deze UPO?

Door een aaneenschakeling van haast ludieke pech was ik gisteren pas thuis om 21u45. Nog nooit heb ik mij zo gehaast met als logisch gevolg dat mijn benen als lood aanvoelden toen ik de dijk op draaide. Helemaal uitgeput viel ik neer op een bank nog geen honderd meter verder. Ik zat nog geen minuut neer of in de verte verscheen het dartele meisje waar ik me zo voor had gehaast. Stress kan je verlammen maar in dit geval was de angst om haar niet tegen te komen het kantelmoment:

LARS: “Hej wacht, sorry maar ik moet iets kwijt. Ik heb me gehaast als een wildeman om hier op tijd te kunnen zijn. Het spijt me als dit raar overkomt maar ik kom je elke dag tegen en ik denk dat het tijd wordt dat ik je eens aanspreek.”
UPO:(lacht) ”Ik ben gisteren gaan lopen met een volle maag omdat ik anders nooit op tijd ging zijn, met als gevolg een half uur lang buikpijn.”
LARS:”Gelukkig dan ben ik hier toch niet de enige die lichtjes gestoord is. Loop je mee die kant op?”
UPO:”Ja is goed, ik ben Marthe en jij?”
LARS: Ik ben een kleine ijsbeer.”
MARTHE:”Ik gok op Lars?”
LARS: Ja, sorry ik heb last van runner’s high”.

Lars, 23 jaar

 

Geschreven door David Eeckhout