De clitoris is véél meer dan enkel het knobbeltje dat zich bovenaan de binnenste schaamlippen bevindt. De clitoris zit vooral inwendig in het lichaam.

Clitoris: onderdelen

clitoris

De glans van de clitoris zit helemaal bovenaan en is zeer gevoelig: deze bevat 8000 zenuwuiteinden.

Inwendig gaat de glans over in de schacht of het lichaam, dat verder in twee lange zijarmen (ook 'crura' of ‘benen’ genoemd) splitst. Deze uitlopers zijn ongeveer 10 centimeter lang. Ze zitten vastgehecht aan beide schaambeenderen en lopen in de buitenste schaamlippen door. 

Ze bevatten twee zwellichamen ('bulbi vestibuli'), waarvan de wanden in normale toestand tegen elkaar aan liggen. Ze lijken dan wat op twee slappe ballonnen.

Rond de glans (het 'topje') zit een huidvelletje: het clitoriskapje. Het wordt ook wel 'monnikskap' genoemd omdat de vorm doet denken aan de kap van een monnikspij. Het vormt letterlijk een soort van hoed of kap ter bescherming van de clitoris. Te vergelijken met de voorhuid van de penis

De glans en het clitoriskapje zijn de zichtbare gedeelten van de clitoris. Maar het hele orgaan loopt dus dieper in het lichaam en strekt zich uit in het bekken. Daarom dat het beter is om te spreken van het clitorisorgaan of het clitorale complex.

Omdat het clitoriscomplex zo verborgen zit, is het moeilijk op te meten: je kan de clitoris dan ook beter voelen dan zien.
 

Clitoris bij opwinding

clitoris bij opwinding

Bij seksuele opwinding komt de glans vanonder de clitorishoed naar voren. De glans wordt nu zichtbaar. Houdt de opwinding aan, dan trekt de glans zich weer wat terug. 

Dit is het begin van de solofase: als je dan rechtstreeks je vinger op de glans plaatst, is dit voor de meeste vrouwen onaangenaam. Het lichaam van de clitoris kan je in deze fase voelen als een touwachtig strengetje. 

Als een vrouw opgewonden geraakt, vullen de zwellichamen zich met bloed. Ze zwellen op net als twee grote ballonnen of airbags. Op deze manier zet het clitoriscomplex uit tot tweemaal de afmetingen van de clitoris in rust. 

De zwellichamen omhullen de opening van de urinebuis en de vagina. Ze vormen zo een bescherming tegen beschadiging bij penetratie door een penis, vingers of een speeltje.

De bulbi vestibuli zijn erectiele weefsels: onderdelen die stijf kunnen worden door vol te lopen met bloed.

Dit doet inderdaad denken aan het mannelijke geslachtsdeel. Wat veel mensen niet weten, is dat de clitoris en penis twee varianten zijn van hetzelfde basisorgaan.
 

Clitoris en penis: spiegelorganen

geslachtsorganen bij embryo

Clitoris en penis hebben eenzelfde genitaal beginplan. Jongetjes en meisjes hebben als embryo dus dezelfde geslachtsorganen. Dit geslachtsneutraal onderlichaam heet de ‘genitale tuberkel’ met de geslachtsknop, genitale plooien en geslachtswallen.

clitoris bij foetus

Het lijkt wat op een vergrote clitoris of op een minipenis. De mannelijke geslachtshormonen (voornamelijk testosteron) die hierop inwerken zullen bepalen of de tuberkel zich uiteindelijk tot clitoris (zoals op de afbeelding) of tot penis ontwikkelt.

clitoris en vulva bij geboorte

Bij de groei van penis of clitoris ontstaan er diverse genitale plooien. Voor een vrouwelijk geslachtsorgaan zullen de plooien uitgroeien tot de grote schaamlippen.

penis bij foetus

Daar waar de plooien zijn samengesmolten, zie je nog steeds een lijntje lopen in het midden van de balzak. De binnenste schaamlippen komen overeen met de voorhuid aan de binnenkant. Je kan dit zien bij een besneden penis: er zit doorgaans een kleurverschil op de schacht van de penis. Dit zijn dus overblijfselen uit de foetale periode. 

penis bij geboorte

De urinebuis wordt bij de vrouw een apart orgaan, terwijl dat de urinebuis bij de man wordt opgenomen in de penis. Daar gaat de urinebuis een tweeledige functie krijgen: deze transporteert zowel urine als sperma. Bij de vrouw daarentegen is er een aparte ingang, het plasgaatje.

 

 

Bij de penis zullen de plooien dus samengroeien en zich sluiten, terwijl voor de vulva/vagina veeleer de omgekeerde beweging wordt gemaakt en er een orgaan ontstaat dat eerder ‘open’ of naar buiten toe gekeerd is. Inwendig ontstaan er ofwel teelballen of eierstokken

'Nee, niet doen!', maar het was al te laat. Eén beweging van zijn hand later vloog ik letterlijk tot tegen het plafond. 

Niet daar, niet daar!